Language Magazine: actualiteit en trends voor taalprofessionals
Pleidooi tegen de afbreuk van het Nederlands in de collegezalen
(LM van 3 september 2008)
(opinieartikel van Jan Roukens, bestuurslid stichting Nederlands)
“Met de bedienden spraken wij Vlaams,” vertelt de Brusselse elite die het nog heeft
meegemaakt. Bedienden sliepen onder de nok en werkten in het souterrain. Dames en
heren woonden tussen zolder en kelder, en spraken Frans onder elkaar.
Vlamingen die wilden meetellen in dat goede België konden studeren, in het Frans.
Nederlands was immers niet geschikt voor hoger onderwijs of wetenschapsbeoefening.
Nederlandstalig onderwijs werd pas in 1932 toegelaten in de juridische faculteit
van de Gentse universiteit.
Gevolg was dat de elites in België, ook de Vlamingen onder hen, tot na de Tweede
Wereldoorlog Franstalig waren of werden. De gevolgen van deze nu onvoorstelbare
taaldiscriminatie laten zich nog steeds voelen, in sociale verhoudingen en in de
politiek.
De Nederlandse taalrechten die de Vlamingen ruim een halve eeuw geleden na veel
strijd verworven hebben, laten zij zich niet gauw afnemen.
Aan de Nederlandse universiteiten heerste een halve eeuw geleden onbedreigd het
Nederlands.
Iedereen sprak Nederlands, ook docenten en studenten uit het buitenland, al waren
dat er weinig. Nederlanders telden internationaal mee in de academische disciplines
en het bedrijfsleven, zij kenden drie andere moderne talen en werden daarvoor gewaardeerd.
Na 5 eeuwen stapsgewijze ontwikkeling van het Nederlands tot cultuur- en wetenschapstaal
die zich kon meten met andere Europese talen, werd eind vorige eeuw vrij plotseling
een andere weg ingeslagen. Niet terug naar het Latijn,
maar vooruit naar het Engels.
Wat waren de motieven van degenen die deze omslag bewerkten en waaraan ontleenden
zij hun inzichten? Waren het de managers, vaak oud-bedrijfsleiders of bedrijfseconomen,
die de universitaire colleges van bestuur gingen bemannen en de traditionele autoriteit
van de hoogleraren verdrongen?
De tijdgeesten heetten globalisering en privatisering, ook van het onderwijs. Neoliberalen
spraken van het in de markt zetten van de universiteit die het product ingenieurs,
artsen, juristen en doctorandussen leverde voor de wereldmarkt. Een meerderheid
van de politieke klasse gedoogde dit beleid, ook al was het in strijd met de wet
en ook al moesten de banden met de Nederlandse samenleving losser worden.
Extreem voorbeeld is de universiteit Maastricht. Maastricht hanteert de slagzin
‘Engels, tenzij …’ en bagatelliseert het rapport ‘Nederlands, tenzij …’ van de KNAW
(Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen). De universiteit schrijft “op
weg naar een internationale academie” te zijn: bestuur en beheer spreken er Engels
en ook docenten en studenten worden verondersteld Engels te spreken.
Men stelt geen vragen bij de kwaliteit van het onderwijs dat onder druk staat als
vrijwel alle betrokkenen een taal gebruiken die de hunne niet is. Voor welke markt
deze universiteit de vooral Nederlandse studenten klaarstoomt, is niet duidelijk.
De meesten zullen in Nederland werk zoeken, en daar moeite hebben zich aan de taal
aan te passen.
Steeds meer Nederlandse en Vlaamse culturele en wetenschappelijke organisaties maken
zich zorgen en wensen dat het Nederlands helemaal terugkeert in de collegezalen.
Het is niet wenselijk dat Nederlandse universiteiten de toekomstige intellectuelen
opleiden in het Engels,
om in Nederland in gebroken Engels of gebroken Nederlands
te functioneren. Help!... de dokter, de rechter of zelfs de minister spreken
een soort Engels, dat willen Nederlanders toch niet meemaken?
Studenten moeten daarom in eigen land in de eigen taal kunnen studeren en examens
doen, ook al is dat anno 2008 niet meer het geval voor de meeste studierichtingen
in Nederland.
Ook ‘Europa’ moet zich zorgen maken over de voortvarendheid waarmee in Nederland
het academische Nederlands wordt afgebroken. Die ontwikkeling leidt tot culturele
eenvormigheid en eentaligheid en staat haaks op het politieke project ‘Europa’,
en het sociaal-culturele model dat Europa voor ogen staat met de nadruk op culturele
en taaldiversiteit en meertaligheid.
Als het Nederlandse voorbeeld in meer Europese landen zou worden gevolgd, leidt
dat tot voortschrijdende politieke onlust en onrust.
(auteur: Jan Roukens)
Jan Roukens is bestuurslid van de stichting Nederlands. Hij is coördinator van het
congres over ‘Nederlands in het hoger onderwijs en in de wetenschap’, dat de stichting
Nederlands en de verenigingen NL-Term en Algemeen Nederlands Verbond (ANV) op 10
oktober organiseren in het Vlaams Parlement in Brussel.
Deze opinie werd eerder gepubliceerd in Transfer (www.transfermagazine.nl),
het vakblad over de internationalisering van het hoger onderwijs en onderzoek in
Nederland.
Uit een inventariserend onderzoek dat Albert Oosterhof (UGent) vorig jaar uitvoerde
in opdracht van de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland blijkt dat in
Nederland in de masterfase de helft of meer van het onderwijs in het Engels gegeven
wordt.
Aan de Vlaamse universiteiten is het aandeel van het Engels (doorgaans) beperkter
en het is over de voorbije jaren ook hooguit in (relatief) beperkte mate toegenomen.
Zie ook LM van 30 juli 2008 'Congres & Debat: Nederlands in hoger onderwijs
en wetenschap'
Meer info over het congres (programma en inschrijvingen):
www.stichtingnederlands.nl/aanmelding2.html
----------
Wilt u reageren op deze opinie of wilt u uw inzichten en ervaringen delen met de
lezers van Language Magazine? U kunt uw bericht sturen naar
info@languagemagazine.be of het onderstaande formulier gebruiken.
Reageer U kunt uw reactie aan dit artikel toevoegen.
|
|
|
|
|