Language Magazine: actualiteit en trends voor taalprofessionals
"Wij willen dé referentie worden voor de taaltrainer, de Proctor & Gamble
van de taleninstituten." (LM van 31 juli 2007)
Conny Awouters is sinds 1 januari 2007 Responsable pédagogique bij CLL Business.
Daarvoor werkte ze twintig jaar als zelfstandig taaltrainer.
Een gesprek over CLL,
taaltrainers, pedagogische ondersteuning, de markt en de toekomst van de sector.
Taleninstituut CLL Centres de Langues is een vereniging zonder winstoogmerk (vzw)
die in 1984 ontstaan is uit de Université Catholique de Louvain-la-Neuve (UCL).
Aanvankelijk richtte CLL zich uitsluitend op de universitaire gemeenschap. CLL heeft
vestigingen in Louvain-la-Neuve (1984), Brussel (1985) en Namen (1987) en binnenkort
ook in Antwerpen, Luxemburg en Verviers. Hoewel CLL zich tegenwoordig voluit op
de markt van de particulieren en de bedrijven richt, is de band met de alma mater
– “Associé à l’UCL” - sterker dan ooit.
Tien jaar geleden realiseerde CLL een omzet van 1 miljoen euro. In 2006 realiseerde
CLL een omzet van 7,8 miljoen euro. De ongeveer 500 trainers (waarvan er 300 à 400
maandelijks factureren aan CLL) presteerden in 2006 samen 169.000 docenturen en
verwelkomden 40.000 cursisten.
CLL Centres de Langues heeft vier divisies: Kids,
Teens, Adults en Business. Binnenkort komt daar een vijfde divisie bij: Abroad.
Abroad wordt het platform voor alle initiatieven met buitenlandse partners, stages,
studentenuitwisselingen enz.
CLL Business realiseerde vorig jaar een omzet van 4,3
miljoen euro. Daarvan werd 2,7 miljoen euro gegenereerd bij de Europese in-stellingen.
In Brussel sleepte CLL in 2004 het contract in de wacht voor alle talen behalve
Duits en Italiaans. In Luxemburg levert CLL vanaf volgende maand de taalopleidingen
Frans en Engels (= samen 51% van alle taalopleidingen).
Language Magazine: 500 trainers.
Dat zijn, eenmaal de deur van de klas dicht, evenveel hoogstpersoonlijke expressies
van hoogstpersoonlijke visies over effectieve taaltraining. Hoe geven jullie elk
van die 500 trainers bij de klant een CLL-gezicht?
Conny Awouters: In de eerste
plaats met structuur. Structuur in de organisatie en structuur in de pedagogische
aanpak. Of beter gezegd, met een goed evenwicht tussen structuur en flexibiliteit.
LM: Leg uit.
Conny Awouters: Neem nu de Europese Unie, onze belangrijkste klant.
Daar is alles verregaand geüniformiseerd en gestandaardiseerd. Ook de taalexamens
bijvoorbeeld. En dat is belangrijk, want het resultaat van je taalexamen bepaalt
mee je promotiekansen én je salaris. De EU wil daar-om dat het hele leertraject
geobjectiveerd wordt en zo meetbaar mogelijk is. Dat leertraject begint steevast
met een begintest en eindigt altijd met een eindtest. Als dat de voorwaarden zijn
bij je klant, dan weet je dat je op die klant niet zomaar een legertje freelancers
kunt loslaten die daar ieder hun eigen ding gaan doen. Alle EU-ambtenaren moeten
dezelfde kwaliteit van voorbereiding op hun taalexamen kunnen genieten.
LM: Structuur,
objectiveren, uniformiseren, standaardiseren en de EU als klant. Het kan niet anders
dan dat jullie enthousiaste gebruikers zijn van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader
voor Moderne Vreemde Talen, het ERK?
Conny Awouters: Ja, wij streven ook naar homogeniteit.
Sedert ongeveer een jaar is alle taalkundige inhoud bij ons gerelateerd aan het
ERK. We organiseren ook workshops waarin we onze trainers vertrouwd maken met het
kader en leren hoe ze hun cursusinhouden moeten relateren aan het kader.
LM: Jullie
werken met eigen cursusinhouden maar ook met handboeken die in de handel verkrijgbaar
zijn. Noem zo tussendoor eens een paar beproefde handboeken.
Conny Awouters: ‘Ter
Zake’ is een goed handboek zakelijk Nederlands voor anderstaligen (niveau B1). Een
ander goed handboek zakelijk Nederlands is ‘Nederlands voor managers’ van Guy Sirjacobs
en Jean-Paul Callut.
LM: De EU is een veeleisende klant. Dat is bekend. Slagen jullie
erin structuur en flexibiliteit in evenwicht te houden?
Conny Awouters: Ja, heel
goed zelfs, mag ik zeggen. De ervaringen zijn zo goed dat we er momenteel aan denken
hetzelfde pedagogische stramien van structuur en flexibiliteit in evenwicht ook
voor te stellen aan onze Businessklanten.
LM: Dat wordt andere koek. Ik hoor veel
taaltrainers al steigeren.
Conny Awouters: Ja, maar we hoeven ons ook niet te overhaasten.
We geven ons een tot twee jaar de tijd daarvoor.
LM: Is de klant vragende partij?
Heeft de klant echt baat bij meer structuur?
Conny Awouters: Ik ben daarvan overtuigd.
Ik noem het gebrek aan structuur in taaltrainingen een typisch Belgische ziekte.
Ik weet niet hoe het komt, maar ik weet zeker dat het bij veel andere taleninstituten
niet anders is. Als er al eens een klacht van een ontevreden klant komt, dan gaat
het heel vaak over een – reëel of gepercipieerd – gebrek aan structuur in de aanpak
van de opleiding.
LM: Hoe realiseer je homogeniteit op het vlak van kwaliteit met
een leger van 500 taaltrainers?
Conny Awouters: Alles begint met een goede aanwervingspolitiek.
We hebben daarvoor een fulltime recruiter in dienst. Voor de kwaliteit moet je de
lat vanaf het begin hoog genoeg leggen. Wij verlangen van kandidaten én een taaldiploma
én ervaring. Voorts letten we vooral op affiniteit met de bedrijfswereld, attitude
en motivatie.
(...)
1 2
3 Volgende
Reageer U kunt uw reactie aan dit artikel toevoegen.
|
|
|
|
|