Klik hier als uw browser u niet automatisch naar de nieuwe website van De Taalsector leidt!

Language Magazine: actualiteit en trends voor taalprofessionals

 


Nieuwe kaderwet kan positie vertalers en tolken verbeteren (LM van 29 november 2006)

Vorige week is de kaderwet over het voeren van de beroepstitel van een dienstverlenend intellectueel beroep gepubliceerd in het Staatsblad. Waarnemers menen dat deze wet de positie van vertalers, tolken en andere (taal)professionals in België kan verbeteren. Kán.

Wat houdt de nieuwe wet precies in? En wat is de mogelijke betekenis van de nieuwe wet voor de vertalers, tolken en andere dienstverlenende intellectuele beroepen? Is de nieuwe wet goed nieuws voor de vertalers en de tolken? Is het beroep van vertaler of tolk met de nieuwe kaderwet beschermd? Of erkend? Is de toegang tot het beroep daarmee gereglementeerd?

 

Laten we even een aanloop nemen en de sector van de dienstverlenende intellectuele beroepen nader bekijken.

Dienstverlenend intellectueel beroep
Traditionele dienstverlenende intellectuele beroepen zijn bijvoorbeeld de vrije beroepen van advocaat, apotheker, architect, arts, dierenarts, tandarts, notaris, gerechtsdeurwaarder. 
Breder genomen worden ook o.m. accountants, beheerders en bemiddelaars van vastgoed, kinesitherapeuten tot de vrije beroepen gerekend. 
Nog breder genomen kunnen ook de incassobureaus, de verzekeringsmakelaars, de PR-bureaus, de IT-bureaus, de marktonderzoekers, de bedrijfsadviseurs en, sedert afgelopen zomer, ook de vertalers en de tolken beschouwd worden als lid van de familie van de vrije maar vooral dienstverlenende intellectuele beroepen.
Er bestaat geen exhaustieve lijst van vrije beroepen en er is evenmin een algemeen geldende definitie van het vrije beroep. 

Wel bestaat er een organisatie die de belangen verdedigt van de vrije en intellectuele beroepen in Vlaanderen (en België). Die organisatie is FVIB, de Federatie van Vrije en Intellectuele Beroepen. FVIB is een koepelorganisatie die samenwerkingsakkoorden sluit met de verschillende sectororganisaties van vrije beroepen, met het Vlaamse Artsensyndicaat bijvoorbeeld, of met de Algemene Pharmaceutische Bond. 

Met 18 zulke sectororganisaties van dienstverlenende intellectuele beroepen heeft FVIB ondertussen samenwerkingsakkoorden gesloten. FVIB is - niet onbelangrijk - erkend als representatieve interprofessionele organisatie in de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO en fungeert als sociale gesprekspartner op federaal en regionaal niveau. FIVB is een dochterorganisatie van Unizo.

Het achttiende en recentste samenwerkingsakkoord met een sectororganisatie heeft FVIB afgelopen zomer gesloten met de Belgische Kamer van Vertalers, Tolken en Filologen (BKVTF).


Terzake dan. Wat houdt de wet precies in?

Niet beroep maar titel beschermd
Om te beginnen gaat de wet niet over het beroep maar over de beroepstitel. Aan wie een beroepstitel van een dienstverlenend intellectueel beroep wil beschermen, zegt de wet hoe dat moet. En aan wie een dienstverlenend intellectueel beroep uitoefent, zegt de wet wat de voorwaarden zijn om een bepaalde titel te mogen voeren. 

Concreet. Vandaag kan iedereen op de markt als tolk aan de slag. Iedereen mag tolken, en iedereen mag de beroepstitel van tolk gebruiken. Is dat wenselijk of niet? Daar spreekt de wetgever zich in de nieuwe kaderwet niet over uit. De wetgever zegt alleen: "Wil je de titel van een bepaald dienstverlenend intellectueel beroep voeren, dan zal je aan bepaalde voorwaarden moeten voldoen."

Over welke dienstverlenende beroepen gaat de nieuwe wet? Vermeldt de wet de vertalers of de tolken? Neen, dat doet de wetgever niet. Hij spreekt in de nieuwe wet niet over een bepaald beroep, dus ook niet over tolken, vertalers, copywriters of andere (taal)professionals. De beroepsfederaties moeten namelijk zelf en ieder voor zich - dus sector per sector - beslissen of ze de bescherming door reglementering wenselijk achten van de titel(s) van de dienstverlenende intellectuele beroepen die hun leden beoefenen. 

Verzoek tot titelbescherming: de procedure
Als een beroepsfederatie dat dan wenselijk acht, dan moet ze een verzoek tot bescherming van de titel overmaken aan de minister van Middenstand. 

Maar er zijn voorwaarden en er moet een procedure gevolgd worden. 
Zo moet de beroepsfederatie die het verzoek formuleert dat samen doen met een nationale interprofessionele federatie die representatief is voor de vrije en andere zelfstandige intellectuele beroepen (lees FVIB). Vervolgens is ook het advies van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO's nodig. Ook de Raad voor het Verbruik moet een advies uit kunnen brengen. 
Het verzoekschrift moet worden gepubliceerd in het Staatsblad zodat iedere mogelijke belanghebbende opmerkingen kan formuleren. Uiteraard kan ook de minister zelf wijzigingen voorstellen.

Overigens is het bij koninklijk besluit dat het verzoekschrift tot titelbescherming wordt aanvaard of afgewezen. De wet voorziet voor iedere stap in deze procedure een precieze termijn. Langer dan een maand of negen zou de procedure in principe niet mogen duren.

Verzoek tot titelbescherming: de inhoud
Wat moet er in zo'n verzoekschrift tot titelbescherming staan? Eerst en vooral de te beschermen beroepstitel natuurlijk, en een omschrijving van de beroepsbedrijvigheid die door deze titel wordt gedekt. 
De titelbescherming moet minimaal de zelfstandige beroepsbedrijvigheid dekken, maar de beroepsorganisatie kan ook voorstellen dat de bescherming van de titel wordt uitgebreid tot de loontrekkende werknemers en/of tot de ambtenaren. 
Daarnaast moet in het verzoekschrift ook staan welke diploma's vereist zijn om de beschermde titel te kunnen voeren. 
En ten slotte moeten in het verzoekschrift ook de basiselementen staan van de deontologische voorschriften die de beroepsorganisatie gereglementeerd wil zien.

Een beschermde titel voeren: voorwaarden
Nog over de beroepstitel zegt de wet aan welke voorwaarden moet zijn voldaan om een gereglementeerde beroepstitel te mogen voeren (of zelfs ook maar een titel die tot verwarring met de gereglementeerde beroepstitel zou kunnen leiden). 
Die voorwaarden zijn evenwel geen concrete voorwaarden die de wetgever nu al heeft bedacht en in de nieuwe kaderwet formuleert. De bedoeling is dat het de voorwaarden worden die de beroepsorganisatie in haar verzoekschrift formuleert. Als die goed bevonden worden, dan worden die in het reglementeringsbesluit overgenomen.

Toch zegt de kaderwet vandaag al dat de eerste voorwaarde een bepaald diploma zal moeten zijn. Welk diploma? Dat laat de wetgever aan de sector en zijn beroepsorganisatie over. 
Een tweede voorwaarde zal erin bestaan dat men de deontologische voorschriften naleeft. Welke deontologische voorschriften? Dat laat de wetgever aan de sector en zijn beroepsorganisatie over. 
Een derde voorwaarde bepaalt dat de titeldrager ingeschreven zal moeten zijn op de openbare lijst van personen die de beschermde titel mogen voeren. 
Eventueel kan nog een vierde voorwaarde - over de beroepspraktijk - worden gesteld.

De lijst en de Commissie
Een openbare lijst? Het inschrijven op de lijst van personen die de beschermde titel mogen voeren en het bijhouden van de lijst is het werk van een speciale Commissie. 
Die Commissie bestaat nog niet, maar de wet die ze opricht en die de werking regelt, is ook vorige week gepubliceerd in het Staatsblad. Het is de wet betreffende "de commissies en de beroepscommissies die bevoegd zijn inzake het voeren van de beroepstitel van een dienstverlenend intellectueel beroep". 

Wie op de lijst wil, zal daarvoor jaarlijks een bepaald bedrag moeten betalen. Naast haar bevoegdheid voor de lijst zal de Commissie ook toezien op de toepassing van de deontologische voorschriften en uitspraak doen in tuchtzaken. 
Schending van de deontologische voorschriften zal strafbaar zijn met een waarschuwing, met een berisping, met een schorsing voor een maximumtermijn van twee jaar of met de schrapping.


Betekenis?
Wat is de mogelijke betekenis van de nieuwe kaderwet voor de dienstverlenende intellectuele beroepen in de taalsector?

In het verleden hebben verschillende beroepsfederaties in verschillende sectoren verwoede pogingen ondernomen om bepaalde beroepen (beter) te beschermen. Onder meer de Belgische Kamer van Vertalers, Tolken en Filologen (BKVTF) ondernam zulke pogingen om het beroep van vertaler te beschermen. Maar de juridische en wettelijke hindernissen waren te hoog en te talrijk. Alle pogingen bleven zonder resultaat. Bovendien bleek dat niet iedereen in de vertaalsector op die bescherming zat te wachten. De sector slaagde er niet in met één stem te spreken.

Vandaag is de situatie anders. De wetgever wil niet meer horen van erkenning of bescherming van het beroep, maar hij is wel bereid onder bepaalde voorwaarden titelbescherming te verlenen. Over die voorwaarden zegt de wetgever zo weinig mogelijk. Hij legt de bal m.a.w. helemaal in het kamp van de sector zelf. 

Voor de vertaalsector bijvoorbeeld wil dat zeggen dat, als de sector de beroepstitel 'vertaler' gereglementeerd en beschermd wil zien, dat de sector dan - nog bij wijze van voorbeeld - eerst zelf moet bepalen welk diploma die vertaler met beschermde beroepstitel moet hebben en welke deontologie die vertaler moet naleven.

Het wettelijk kader is nu dus vernieuwd. En het is in wezen eenvoudig en duidelijk. Voortaan kan iedere sector die dat wenst op enkele maanden tijd zijn beroepstitel(s) laten beschermen. 

Maar dan moet die sector natuurlijk wel met één stem spreken. Het mag vreemd ogen dat dat de enige voorwaarde is die de wetgever niet expliciet vermeldt in zijn nieuwe kaderwet, maar ze is daarom niet minder vereist. De bevoegde minister heeft van de wetgever de middelen en de tijd gekregen om er zich de hele verzoekprocedure lang ten gronde van te vergewissen of de sector wel met één stem spreekt. Zo slim lijkt de wetgever wel te zijn geweest.

Conclusie
Er is een nieuw wettelijk kader voor het voeren van de beroepstitel van een dienstverlenend intellectueel beroep. En dat kader is in wezen eenvoudig en duidelijk. Voortaan kan iedere sector die dat wenst op enkele maanden tijd zijn beroepstitel(s) laten beschermen. 
Maar dan moet die sector wel met één stem spreken. Het mag vreemd ogen dat dat de enige voorwaarde is die de wetgever niet expliciet vermeldt in zijn nieuwe kaderwet, maar ze is daarom niet minder vereist. De bevoegde minister heeft van de wetgever de middelen en de tijd gekregen om er zich de hele verzoekprocedure lang ten gronde van te vergewissen of de sector wel met één stem spreekt. Zo slim lijkt de wetgever wel te zijn geweest.

De nieuwe kaderwet kan de positie van de vertaler en de tolk en andere dienstverlenende intellectuele (taal)professionals verbeteren. Kán. Meer >>

Reageer

U kunt uw reactie aan dit artikel toevoegen.

Uw naam
Uw e-mail
Uw reactie
   

 


 

   


Language Magazine
Actualiteit voor taalprofessionals & ontwikkelingen in de taalsector
Takkebosstraat 9,  B-9000 Gent -  Tel. +32 475 44 55 26  -  Fax +32 475 44 55 24
E-mail : info@languagemagazine.be