Klik hier als uw browser u niet automatisch naar de nieuwe website van De Taalsector leidt!

Language Magazine: actualiteit en trends voor taalprofessionals

 


Kort profiel van de Belgische vertaalsector  (LM van 20 september 2006)

 

Dit artikel maakt deel uit van een uitgebreide samenvatting van een sectorstudie die in Language Magazine is verschenen (20 september 2006). De studie is de eindverhandeling van twee studenten handelswetenschappen van de Lessius Hogeschool, Pieter Barbé en Pieter Claes. (>> archief)


Duiventil?

De Belgische vertaalsector is een eerder jonge sector. Twee derde van de ondernemingen is jonger dan 10 jaar. Het aantal vertaalondernemingen neemt slechts lichtjes toe. Jaarlijks verlaten bijna evenveel vertaalondernemingen de vertaalmarkt als er de markt betreden. 

In 2002 traden er 372 vertaalondernemingen toe tot een markt waarop in dat jaar reeds 3179 vertaalondernemingen actief waren. Dat zijn 11% nieuwkomers. In hetzelfde jaar verlieten er 366 de markt. Dat zijn bijna 9% uittreders. 
De jaren daarvoor vertoonden een groter verschil tussen het aantal opgerichte en verdwenen ondernemingen. In de periode van 1998 tot 2002 werden er 2068 vertaalondernemingen opgericht en verdwenen er 1767 vertaalondernemingen van de markt.
De lage toe- en uittredingsdrempels tot de vertaalmarkt kunnen als verklaring dienen. 

Meer dan twee derde (70%) van de respondenten uit de enquête neemt geen vennootschapsvorm aan. 26% is een BVBA, 1% een NV en 1% een CVBA.

Slechts 61% van de respondenten werkt voltijds als vertaler. 22% werkt deeltijds en 16% vertaalt weliswaar voornamelijk maar oefent ook nog een andere functie uit. 11% van de vertalers besteedt tussen 36 en 40 uren per week aan vertaalwerk, wat vergelijkbaar is met een normale werkweek. 47% werkt tussen 26 en 50 uren per week en 12% vertaalt tussen 6 en 10 uren per week.

Vertalen is uiteraard de hoofdactiviteit van de sector maar voor 73% van de respondenten bestaat het werk ook uit reviseren en voor 54% van de respondenten ook uit proofreaden. Volgens de auteurs van de studie leggen steeds meer ondernemingen zich toe op revisie en laten ze het eigenlijke vertaalwerk over aan freelancers of zelfstandige vertalers.



Weinig actieve klantenwerving

Uit de enquêteresultaten blijkt dat de Belgische vertaalonderneming zich allesbehalve actief voor klantenwerving inzet. Op de vraag "Hoe werft u uw klanten?" luidt 36% van het totaal aantal antwoorden dat nieuwe klanten via bestaande klanten binnenkomen en 33% dat nieuwe klanten via een spontane aanvraag worden geworven. Voor de rest bouwt de Belgische vertaalonderneming zijn klantenbestand uit met de eigen website (12% vd antwoorden), met reclame (8%) en met actieve prospectie (4%). 

Voor de promotie vertrouwt de Belgische vertaalonderneming op (1) mond-aan-mond-reclame en (2) de Gouden Gids als voornaamste promotiemiddelen. Eventueel maken ze ook nog reclame met (3) een eigen website en (4) door te netwerken via internet en forums. Bijna 10% van de ondernemingen zegt dat ze geen reclame maken.



Diploma niet belangrijk

Slechts 17% van alle vertaalondernemingen heeft een of meer werknemers op de loonlijst. 13% van alle vertaalondernemingen heeft 1 tot 5 werknemers op de loonlijst. 

Bij de aanwerving van een vertaler is het diploma van relatief weinig belang. Slechts 13% vindt dat een diploma het verschil zou kunnen maken tijdens een sollicitatiegesprek. Wel doorslaggevend bij de selectie zijn de ervaring (44%) en het profiel van moedertaalspreker in de doeltaal (43%). Voor de auteurs van de sectorstudie ligt hier een verklaring voor het feit dat "contacten met opleidingsinstellingen voor ondernemers vaak van bijkomstig belang zijn".



Beperkt actieradius

De auteurs komen in hun studie tot de bevinding dat de meeste Belgische vertaalondernemingen hun klanten in Vlaanderen hebben. Meer ondernemingen vinden hun klanten binnen een straal van 50 kilometer rond de fiscale woonplaats dan dat ze die in Brussel, of in Europa, of in Wallonië of buiten Europa vinden. De voornaamste klant blijkt dan ook nog steeds de typisch Belgische KMO, gevolgd door de grote onderneming, de multinational, de overheid en de particulieren.



66 dagen klantenkrediet

Meer dan de helft (51%) van de respondenten zegt aan de klant een betalingstermijn van 30 dagen einde maand te verlenen en een vijfde hanteert 60 dagen einde maand. Op basis van de financiële analyse komen de auteurs evenwel op een sectorgemiddelde van 66 dagen klantenkrediet uit.



Vertalen is een ambacht

Uit de enquête blijkt voorts dat bijna de helft van de respondenten (47%) vertaalt zonder vertaalsoftware. Met vertaalsoftware is hier bedoeld: vertaalgeheugen, software voor terminologie-extractie en -beheer, en automatisch vertaalprogramma. 

De enquête-uitkomsten over het gebruik van vertaalsoftware zijn grotendeels vergelijkbaar met de uitkomsten van een enquête die onderzoekers van de Erasmushogeschool vorig jaar in Vlaanderen en Brussel hebben afgenomen (zie Language Magazine van 14 september 2005).



Zeer weinig geld voor training en bijscholing

In hun enquête maken de auteurs een onderscheid tussen enerzijds praktijkgerichte training en anderzijds bijscholing. Met bijscholing bedoelen ze een aanvullende, voorgezette opleiding.

Ruim de helft van de respondenten (56%) verklaart dat er in hun onderneming geen plaats is voor trainingen (seminaries, voordrachten, congressen, starterscursussen enz). Van hen die training voorzien, kiest een relatief groot aantal respondenten (36%) voor een in-company opleiding (tegenover 50% buiten de onderneming). Vertaaltechnieken (sic) en nieuwe software vormen de voornaamste trainingsinhouden. 
Bijna twee derde (64%) van de vertaalondernemingen wil of kan geen geld vrijmaken voor trainingen.


Meer dan de helft van alle respondenten zou zich wel willen bijscholen (56%). Zij willen middels bijscholing voornamelijk aan een specialisatie in een bepaald domein werken, hun kennis van informatica en bureautica aanscherpen en hun kennis van terminologiebeheer aanscherpen (telkens 25% van de respondenten die wensen bij te scholen). 
Daartegenover staat dat 74% van de respondenten geen budget voor bijscholing kan of wil vrijmaken. Slechts 9% van de respondenten maakte het afgelopen jaar gebruik van Opleidingscheques.



Vertaalstages

74% van alle respondenten is voorstander van een vertaalstage tijdens de vertalersopleiding en acht die zelfs noodzakelijk. Voor 17% is een vertaalstage geen absolute noodzaak.



Toegang tot het beroep

57% van de respondenten is voorstander van een reglementering die de toegang tot het beroep zou beperken (bijvoorbeeld, zo suggereert de enquête, door de verplichting op te leggen dat de beroepsvertaler een diploma van universitair niveau houdt). 38% acht het instellen van een dergelijke toetredingsdrempel niet nodig. 
Het is niet duidelijk hoe de respons op deze vraag te rijmen valt met de respons op andere vragen waaruit mag blijken dat de sector toch maar relatief weinig belang hecht aan het diploma.



Kwaliteitsborging

Drie kwart (75%) van de respondenten - de enquête werd in maart en april 2006 afgenomen - kent de Europese norm voor vertaaldiensten (EN 15038) niet. Van de 32 personen die zeggen dat ze de norm kennen en die ook de vraag beantwoorden die peilt naar hun intenties met de norm, geven er 14 te kennen dat ze niet van plan zijn de norm te volgen. Zeven (7) respondenten geven aan dat ze norm wel gaan volgen.


(...) 
  Meer >>

Reageer

U kunt uw reactie aan dit artikel toevoegen.

Uw naam
Uw e-mail
Uw reactie
   

 


 

   


Language Magazine
Actualiteit voor taalprofessionals & ontwikkelingen in de taalsector
Takkebosstraat 9,  B-9000 Gent -  Tel. +32 475 44 55 26  -  Fax +32 475 44 55 24
E-mail : info@languagemagazine.be